Sjaak van der Velden - Eigengereid Historicus
Mijn Blog

Terugkeer naar negentiende eeuw?

De groei van de flexibilisering
 
Op 14 september vond een reünie plaats van leden van de KWJ Beweging van Werkende Jongeren die in de jaren zeventig en tachtig in Leiden zeer actief waren. Omdat ik in die tijd als linkse student zijdelings betrokken was bij de KWJ vroegen de organisatoren mij een lezing te geven met als onderwerp De groei van flexibilisering. Het middagprogramma stond namelijk in het teken van de Flexibilisering van de arbeidsmarkt, een verkenning van de problemen met voorbeelden van oplossingen.
 
Uiteraard heb ik direct gehoor gegeven aan dat verzoek, maar hoe moest ik het onderwerp aanpakken? Als historicus naar het probleem kijkend is de verleiding groot om een vergelijking te trekken tussen de huidige flexibilisering en de negentiende eeuw toen veel arbeiders dagelijks werden aangenomen en ontslagen en de arbeiders met een contract ook zomaar op straat stonden. Zoals een handdrukker van de Leidsche Katoenmaatschappij in 1890 vertelde: ‘In 1884, toen het zeer slap was, zeide de baas, als ’t werk afgeloopen was: ik heb niet meer, en dan kon men gaan.’ Die vergelijking leeft breder zoals bleek uit een opmerking op Facebook. Nadat ik daar meldde bezig te zijn met het voorbereiden van mijn lezing, suggereerde een van mijn fb-vrienden: “van dagloner tot dagloner -opkomst en ondergang van 150 jaar arbeidersbeweging-” is dat een titel?
Al denkend sloop er toch wel onzekerheid bij mij binnen. Is de huidige flexibilisering echt te vergelijken met de situatie van een eeuw geleden? Is het nu mensen terug kunnen vallen op een uitkering weer net zo erg als toen? Gingen er in onze eigen kringen in de jaren tachtig niet stemmen op dat iemand die veertig jaar bij dezelfde baas bleef werken eigenlijk ‘het doodschoppen niet waard’ was en dat zo’n bestaan in handen van dezelfde kapitalistische uitbuiter toch in ieder geval geen levensdoel mocht zijn?
 
Voor mijn lezing heb ik toch maar eens een kort overzicht van de geschiedenis geschetst. Het enige wat in de negentiende eeuw was geregeld op het gebied van de arbeidscontracten waren twee artikelen in het Burgerlijk Wetboek over de Huur van Dienstboden en Werklieden. Een van die twee artikelen luidde: ‘De meester wordt op zijn woord, des gevorderd met eede gesterkt, geloofd’ in loonconflicten. Aan het eind van de negentiende eeuw groeide onder druk van de opkomende arbeidersbeweging de opvatting dat de arbeiders bescherming moesten krijgen bij het afsluiten van een arbeidsovereenkomst. De artikelen in het Burgerlijk Wetboek moesten daarom worden aangepast aan de moderne tijd. Over die veranderingen is ongeveer vijftien jaar politieke discussie gevoerd en uiteindelijk werd het wetboek in 1907 aangepast. Waar het vooral op neer kwam is dat nu in de wet werd opgenomen dat een arbeidsovereenkomst slechts kon worden opgezegd als een bepaalde opzegtermijn in acht werd genomen. Dus zo maar aan de kant zetten zoals de arbeiders van de Katoenmaatschappij in 1884 overkwam, daar moest een eind aan komen.
Dat leek een hele vooruitgang maar toch was binnen de arbeidersbeweging niet iedereen enthousiast over de Wet op het arbeidscontract zoals die paar bepalingen in de dagelijkse omgang werden genoemd. De radicale leden van het Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS) vonden ieder contract sowieso maar ‘scheurpapier’, maar ook de leden van het gematigder Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) waren niet allemaal enthousiast. Een aantal bonden richtte zelfs een actiecomité tegen het arbeidscontract op. Het grote gevaar dat NAS en de genoemde delen van het NVV zagen opdoemen, was dat door het afsluiten van wettelijk ondersteunde contracten de angel uit de strijdmogelijkheden van de vakbeweging werd gehaald. Tijdens een CAO bijvoorbeeld spreken de partijen af dat er niet zal worden gestaakt.
Toch werden er steeds meer CAO’s afgesloten en ook dat werd in een wet geregeld. De wet van 1927 op de CAO en de wet van 1937 op het verbindend verklaren van een CAO werden door de grote stroming binnen de vakbeweging als een overwinning gevierd. De macht van de in de vakbeweging verenigde arbeidersklasse kwam volgens de vakbondsleden in deze wetgeving tot uitdrukking.
Eind jaren dertig werd er een onderzoek verricht naar de gevolgen van de wet op het arbeidscontract. Wat bleek? De interpretatie van de ontslagtermijn die in acht moest worden genomen bij ontslag was soms wel heel ruim. Termijnen van een dag of een uur kwamen voor. Zo had de wet natuurlijk nauwelijks een beschermende functie voor de arbeiders.
 
De Nazi’s wisten hier tijdens hun bezetting van Nederland wel raad mee. In 1943 voerden zij het tweezijdig ontslagverbod in. Arbeiders mochten niet zomaar ontslag nemen en Ondernemers mochten hun personeel niet zomaar meer ontslaan. Beide partijen moesten hiervoor toestemming vragen bij een overheidsinstelling. Toen de Duitsers waren verslagen en Nederland een heel nieuw systeem van arbeidsverhoudingen kreeg, veranderde er een ding niet. Het tweezijdig ontslagverbod bleef in stand. Dus de arbeiders waren nu wel beschermd tegen willekeurig ontslag, maar ze konden ook zelf niet zomaar meer ontslag nemen. De woorden slavernij en horigheid zijn hier niet op hun plaats, maar dat er van een bovenmatige dwang sprake was lijkt me zonneklaar. Maar ja, alles voor de economische groei. Want dat was het argument waarmee de Nazi-maatregel in stand werd gehouden. Evenals de geleide loonpolitiek waardoor de Nederlandse arbeiders in 1957 tot de slechts betaalde van Europa behoorden.
De na-oorlogse periode was er niet alleen een van staatsmacht over de economie. Diezelfde staat zorgde ook voor een uitbouw van de verzorgingsstaat. Werkloosheidsuitkering, AOW, WAO, Bijstand en ga zo maar door. Alles om te voorkomen dat de arbeiders weer in opstand zouden komen en misschien zelfs aan revolutie zouden gaan denken zoals ze ook na de Eerste Wereldoorlog al hadden gedaan. Er heerste in de meeste landen en dus ook Nederland overeenstemming dat de overheid een grote rol had in het tevreden houden van de bevolking om zo crisis en verzet te voorkomen. Maar aan die consensus kwam een eind.
Toen in de jaren zestig en zeventig overal toch opstanden uitbraken (weet je nog, Parijs 1968) en de arbeiders nog steeds niet tevreden bleken te zijn en telkens meer eisten (in Duitsland schreef men op de muren Wir Wollen Alles) kwam er een kentering. Afgelopen week was er veel aandacht voor 9/11, maar die dag was ook de herdenking van een andere 11 september toen veertig jaar geleden Pinochet in Chili de macht greep. Dat was het grote keerpunt. Daarna volgden Van Agt (weet je nog de grote demonstraties tegen Bestek ’81), Thatcher, Reagan en Lubbers (verlaagde de uitkeringen en ambtenarensalarissen met 3,5 procent). Het was afgelopen met de sociale verzorgingsstaat. Thatcher zei het al, er bestaan alleen individuen en gezinnen maar de samenleving als zodanig bestaat niet.
Diverse sociale arrangementen werden verslechterd. Zo ging de WW van 80 naar 75 procent van het laatstverdiende loon en werd ook de uitkeringsduur verkort. De vakbeweging stond met de rug tegen de muur en liet zich ertoe verleiden om meer te polderen dan te strijden. Daarmee verloor ze voor veel mensen aantrekkingskracht. Mensen zagen wel dat de vakbeweging veel goed deed, maar het was toch vooral een club van bestuurders dus waarom zou je lid worden?
Met het vallen van de Muur in 1989 gingen alle remmen los. Nu was er geen enkel alternatief meer voorhanden voor ontevreden arbeiders. Dat was toch iets waar de machthebbers in het Westen tijdens de Koude Oorlog altijd voor hadden gevreesd. Dat hun eigen arbeiders het Sowjet-systeem als een reëel alternatief zouden zien. Nu het was geïmplodeerd hoefden ze daar niet meer bang voor te zijn. Het neo-liberalisme voelde zich nu oppermachtig.
Er was geen alternatief meer, de vakbeweging was krachteloos en een groot deel van de sociaal-democratie hing zijn ideologie aan de wilgen en vond ook dat mensen vooral voor zichzelf moeten zorgen. Was de sfeer in de jaren zestig nog dat arbeiders die voor een tientje meer naar een andere baas wilden eigenlijk asocialen waren, nu werd het jobhoppen gepromoot. Geen baan meer voor het leven.
De EU speelt in dit alles ook een grote rol. Volgens de Lissabon agenda en het latere EU2020 moet Europa de meest concurrerende economie worden om de strijd met China en de VS vol te kunnen houden. In dit kader is ook een flexibele arbeidsmarkt gepromoot. Niet omdat werknemers dan makkelijk van baan kunnen switchen op weg naar hoger loon, maar omdat werkgevers dan makkelijker mensen kunnen ontslaan om de concurrentie beter aan te kunnen. In tien jaar tijd is in Nederland het aantal mensen met een flexibele baan gestegen van 12 naar 16 procent en het aantal ZZP’ers van 8 naar 10. De meeste mensen hebben nog steeds een vaste aanstelling, maar dat percentage is uiteraard gedaald.
Uit recent onderzoek van het CBS en TNO blijkt dat veel mensen met een flexibele aanstelling hier wel tevreden over zijn. Het sluit vooral bij veel vrouwen aan bij hun persoonlijke leven. Ook is het niet zo dat flexwerk slecht is voor de gezondheid wat wel eens wordt gedacht. Wie vooral de dupe zijn van flexibilisering dat zijn de laaggeschoolden en ondernemers gebruiken flexibilisering momenteel vaak om de gevolgen van de crisis op hun personeel af te wentelen. Daar moet iets aan worden gedaan.
De huidige regering van Rutte en Samson sluit zich blindelings aan bij het streven naar flexibilisering. Zoals ze zelf schreven: ‘Flexibele arbeid is belangrijk voor een goed functionerende arbeidsmarkt en economie. Flexibele arbeid mag echter niet verworden tot een goedkoop alternatief voor werk dat beter door vaste werknemers gedaan kan worden. De rijksoverheid zal op dit punt het goede voorbeeld geven’. De flexibilisering zou worden bevorderd door een maximale ontslagvergoeding wat het goedkoper maakt voor ondernemers om van hun personeel af te komen. Inmiddels sloten werkgeversorganisaties en vakbonden in april een sociaal akkoord waarin deze maatregel is teruggedraaid. Ook spraken de ondertekenaars zich uit voor het beperken van flexcontracten en een verbod op nulurencontracten.
 
De soep wordt dus misschien niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Maar ik zat bij het voorbereiden van mijn praatje nog steeds met een probleem. Is flexibilisering nu alleen een ramp en terugkeer naar de duistere negentiende eeuw? Het grote verschil met toen lijkt me toch dat er tegenwoordig uitkeringen bestaan die de ontslagen arbeider niet ineens brodeloos laten zijn. En is de beroepsbevolking ook niet enorm veranderd in vergelijking met dertig jaar geleden? In mijn tijd werkten studenten over het algemeen in de vakantieperiode, maar tegenwoordig werken ze bijna allemaal het jaar door. Maar dat willen ze dan toch geen veertig uur? En de herintredende vrouwen die zelf parttime of flexibel willen werken? Dus nee fb-vriend 1, er is geen sprake van nieuwe dagloners. Een andere vakbonds fb-vriend wees trots op de Ketenregeling die bestaat waardoor kort durende arbeidsovereenkomsten niet eindeloos herhaald mogen worden maar na drie keer automatisch voor onbepaalde tijd zal gelden. Het lijkt me dus dat er geen sprake is van een terugkeer naar de negentiende eeuw. We kunnen ons zelfs afvragen of werkgevers en rechtse politici daar wel belang bij zouden hebben. Een uitkleding van de regelingen? Ja daar staan ze pal voor, maar volledig afschaffen met alle sociale strijd die dat tot gevolg zou kunnen hebben?
Sterker nog, ik denk dat het een teken van de macht van de vakbeweging in Nederland is dat er weliswaar versoberingen zijn maar dat van totale afbraak geen sprake is. Laten we in ieder geval ook blij zijn dat arbeiders met inachtneming van een opzegtermijn ontslag mógen nemen. Dat is wel eens anders geweest toen de Nazi's aan de macht waren en de Keynesianen van vlak na de oorlog. Maar eerlijk gezegd weet ik het niet helemaal precies en dat heb ik tijdens mijn praatje ook geprobeerd duidelijk te maken. De bezuinigingen en veranderingen zijn duidelijk en strijd daartegen is nodig. Maar laten we tegelijk proberen om nieuwe wegen te zoeken en niet in een hoekje gaan zitten jeremiëren alsof er een ramp over de mensheid komt. Dankzij de strijd van linkse partijen en de vakbeweging zijn de huidige loontrekkers heel wat beter af dan hun voorgangers een eeuw geleden en ondanks zo nu en dan een tijdelijke terugslag, ben ik optimistisch over de toekomst.  Maar ja, als vrijwillig ZZP’er heb ik misschien wel makkelijk praten.
 





 

2 Reacties op Terugkeer naar negentiende eeuw?:

Comments RSS
www.essayhelperuk.co.uk on maandag 7 augustus 2017 8:31
Welcome! A debt of gratitude is in order for offering to us this fascinating data about your jorney. Well and expecting more from you I am inspired by the nature of data on this site. There are a considerable measure of good assets here. I am certain I will visit this place again as soon
Reageren op een reactie


pay someone to write my assignment on vrijdag 13 oktober 2017 7:32
Great post. Articles that have meaningful and insightful comments are more enjoyable, at least to me. It’s interesting to read what other people thought and how it relates to them as their perspective could possibly help you in the future.
Reageren op een reactie

Voeg een reactie toe:

Je naam:
E-mailadres: (vereist)
Website:
Reactie:
Maak je tekst groter, vetgedrukt, schuingedrukt en meer met HTML tags. Zo werkt het.
Post Comment
RSS

Recente posts

Vijf dagen in Turijn voor de wetenschap
Schuld en Boete
De toekomst van de CAO, bekeken vanuit het verleden.
Een dag als docent naar Trento
De Bloednacht van Kattenburg

Categorieën

Vragen van deze tijd
Mogelijk gemaakt door

Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint