Sjaak van der Velden - Eigengereid Historicus
Mijn Blog

Oost-Europese landverhuizers in Rotterdam

Oost-Europese landverhuizers in Rotterdam
 
 
Namens Historisch Genootschap Roterodamum, waarvan ik bestuurslid ben, gaf ik vrijdag 18 oktober een korte inleiding bij een door Muzikc.nl georganiseerde muziekuitvoering in zaal Pro Rege aan de Oudedijk in Rotterdam Kralingen.
 
De muziek werd verzorgd door het Diagilev Duo


Het motto van de bijeenkomst was: na de Russische revolutie en voor de tweede wereldoorlog zijn veel Oost-Europeanen naar het Westen gevlucht. Rotterdam was een belangrijk knooppunt voor emigranten naar de VS. De Holland Amerika Lijn is er groot door geworden!
 
 


Na een kort inleidend woord van Anne Gercama kon ik van wal steken.
 
Oost-Europese landverhuizers in Rotterdam
 
Het is een bijzonder moment om over Oost-Europese emigranten te spreken. Juist nu er een groot politiek en diplomatiek conflict met Rusland bestaat en er sowieso veel te doen is over migranten uit de zogeheten MOE-landen. Volgens zure mensen komen die mensen uit Midden en Oost-Europa hier onze banen inpikken en nemen ze veel criminaliteit meer. Anderen spreken vooral over de uitbuiting en woonomstandigheden waaronder die migranten hier zijn gehuisvest. De discussie over die naar schatting 350.000 Polen, Roemenen en Bulgaren (waarvan ongeveer 22.000 in Rotterdam) zal ik vandaag niet volgen, het gaat immers over de geschiedenis van de stad. Over die geschiedenis zegt het programma van vandaag ‘Na de Russische revolutie en door de tweede wereldoorlog zijn veel Oost-Europeanen naar het Westen gevlucht. Rotterdam was een belangrijk knooppunt voor emigranten naar de VS. De Holland Amerika Lijn is er groot door geworden!’ Maar is dat ook zo?
 
Laat ik beginnen met het belang van Rotterdam voor de migratie naar de VS vanuit Europa. Natuurlijk denken we altijd dat hier de grootste, de hoogste, de snelste en het beste van iets aanwezig is. Trouwens niet alleen een Rotterdamse eigenschap, maar tamelijk opvallend typeert het heel ons kleine land aan de Noordzee. De werkelijkheid is echter anders. Van alle migrantenvervoer uit Europa tussen 1900 en 1914 ging slechts ongeveer dertien procent via onze stad; er vertrokken veel meer mensen uit Bremen, Hamburg en Antwerpen. Maar goed, die dertien procent vertegenwoordigde wel ongeveer 800.000 mensen.
Maar hoe zit het dan met die reactie op de Russische revolutie? Vluchten die mensen allemaal voor de revolutie? Ook dat klopt niet; de meeste mensen gingen scheep in de jaren voor 1914. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog gingen er nog wel mensen vanuit Rotterdam naar de overkant, maar dat was slechts een fractie van de aantallen die eerder gingen. Met de componisten wier werk vanavond ten gehore wordt gebracht, heeft de uitspraak in het programma trouwens ook niet veel te maken. Stravinski was in later jaren weliswaar een bewonderaar van Mussolini maar hij verliet Rusland al in 1910, zeven jaar voor de revolutie. De anderen (Schostakovitch, Silvestrov en Kodaly) verlieten geen van allen hun geboorteland. Eigenlijk alleen Bela Bartok kunnen we aanmerken als een vluchteling naar de VS. Hij vertrok in 1940 echter uit Hongarije uit angst voor de Nazi’s en niet voor de Russische communisten.
In mijn verhaal zal ik me dan ook beperken tot de Oost-Europeanen die rond 1900 wel via Rotterdam de grote oversteek maakten naar het beloofde land. Ze vertrokken vanaf de Koningshaven en later de Wilhelminakade met schepen van de Nederlandsch Amerikaansche Stoomboot Maatschappij (NASM), de latere HAL. Zestigduizend per jaar gingen daar scheep om in New York weer van boord te gaan. Eerst op Castle Garden en vanaf 1892 op Ellis Island. Amerika was populair want tussen de opening en sluiting van Ellis Island in 1954 gingen daar 16 miljoen mensen aan de wal om een nieuw bestaan op te bouwen. Overigens werden er ook wel eens mensen teruggestuurd want Amerika had geen behoeften aan armen, zieken en idioten. De regels voor toelating werden in 1924 alleen nog maar strenger.
 
Waarom verlieten de emigranten Europa?
 
De meeste landverhuizers waren op de vlucht voor politieke onrust en pogroms. Het ging veelal om joden die in Oost-Europa werden vervolgd. Pogroms (een van het Russische woord voor vernietigen afgeleide term) kwamen vaak voor en als ze door de autoriteiten niet werden aangemoedigd, dan toch in ieder geval gedoogd. Er zijn gevallen bekend van orthodoxe priesters die voorop gingen onder de leuze: Dood aan de joden. De regeringen kwam het ook wel goed uit om over de rug van de joodse bevolking onrust over sociale wantoestanden in een andere richting om te buigen. In 1900 kwamen in Roemenie veelvuldig pogroms voor waardoor velen vluchtten. In drie jaar tijd streken ruim 17.000 Roemenen in Rotterdam neer op weg naar de VS. Het land bij uitstek van de pogroms is uiteraard Rusland. Dat leidde ertoe dat tussen 1880 en 1914 ruim twee en een half miljoen joden naar de VS vluchtten. In Rotterdam was het topjaar 1913 met een passage van 82.000 landverhuizers waaronder 44.000 Russen. Maar zij waren niet de eerste landverhuizers die via Rotterdam Europa verlieten.
 
Migratie vanuit Rotterdam
 
Vanuit Rotterdam als havenstad zijn natuurlijk altijd groepen mensen over zee naar een nieuwe bestemming vertrokken. In zijn boek Toen zij uit Rotterdam vertrokken noemt Cees Zevenbergen zelfs de Pilgrimfathers die in 1620 uit Delfshaven de oversteek begonnen. Een beetje vergezocht misschien maar het geeft maar aan dat landverhuizing van alle tijden is. De echte groei begon in de negentiende eeuw toen mensen ook om geloofsredenen vertrokken, maar de economische redenen de overhand kregen. Gelukzoekers zouden we ze tegenwoordig noemen.
Aanvankelijk vertrokken er veel Duitsers vanuit de Maasstad, maar in het midden van de eeuw kwam daar de klad in. Landverhuizers werden door de autochtone Rotterdamse bevolking gezien als wandelende geldzakken die zo snel mogelijk leeg moesten worden geschud. Slechte pensions, onhygiënische omstandigheden en een barbaarse overtocht stonden de Duitsers te wachten. Toen dit eenmaal bekend werd bij onze oosterburen zakte de mensenhandel in. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. De regering kwam daarom in 1861 met wetgeving. In de Wet op het Vervoer en de Doortocht van Landverhuizers werden een paar zaken beter geregeld. Medisch toezicht in verband met de angst voor cholera, tyfus en pokken; bestrijding van luizen en voorschriften voor de voorzieningen aan boord moesten het tij keren. De minimale hoogte van het tussendek waarop de landverhuizers de tocht van elf dagen maakten werd vastgesteld op 1,53 meter (ik zou daar niet rechtop kunnen staan!) terwijl de minimale grootte van de kooi aan boord 1,85 bij 0,5 meter moest bedragen. Ook werd minutieus bepaald hoeveel leeftocht de passanten aan boord dienden te ontvangen. Aardappelen, brood, gezouten vlees, spek, koffie, rijst, gort, meel, erwten en bonen moesten in vastgelegde hoeveelheden worden verstrekt.
De wet moest het tij keren, waarna het toenemende gebruik van stoomschepen en de ingebruikname van de Nieuwe Waterweg ervoor zorgden dat Rotterdam weer aantrekkelijk werd voor landverhuizers. De oprichting van de NASM deed de rest.
 
Het verblijf van de vluchtelingen in Rotterdam
 
De HAL regelde rond 1900 tot ver in Oost-Europa via eigen passagebureaus de verkoop van passagebiljetten. Daarbij inbegrepen was de reis naar Rotterdam met de trein uit Wenen, via Leipzig en Oldenzaal. Als de landverhuizers dan aankwamen op het Maasstation (ongeveer waar nu Tropicana aan een tweede leven begint) of Station Beurs (ter plekke van het huidige Blaakstation maar dan niet zo diep onder de grond) dan moesten ze de tijd tot vertrek van de boot nog zien te overbruggen. Velen kwamen berooid aan omdat ze hun laatste geld hadden uitgegeven aan een ticket naar het beloofde land; iets wat doet denken aan de vluchtelingen die nu bij Lampedusa stranden. Ook moesten ze een bepaald bedrag op zak hebben om in de VS toegelaten te worden. De dagen tot vertrek, gemiddeld vier, waren dus een probleem. Er waren nog steeds dure pensions en de HAL opende op zeker moment een eigen landverhuizershotel maar nog bleef er een groep voor wie dit geen soelaas bood.
De joodse Montefiori Vereeniging tot ondersteuning van behoeftige passanten die vanuit de religieuze plicht (Hachnasas Orchim) geloofsgenoten niet in de steek liet, heeft tot 1914 ongeveer 50.000 mensen opgevangen en verzorgd. Overigens speelde hier ook eigenbelang mee omdat de mensen van Montefiori niet wilden worden geassocieerd met die ‘schooiers’ uit Oost-Europa. Dan kun je ze maar beter uit het straatbeeld halen en onderdak geven. Dat onderdak kregen ze na wat omzwervingen in de Villa Groenendal aan de Westzeedijk. Er bestond nog een organisatie voor steun aan landverhuizers, Elim, maar die had als doelstelling ook en vooral het kerstenen van de joden.
 
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zakte de passage van Oost-Europeanen via Rotterdam uiteraard in. Het Russisch werd op straat vanaf augustus 1914 heel wat minder gehoord. Daar kwam echter al snel verandering in. Reeds in 1915 kwamen de eerste uit Duitse krijgsgevangenschap gevluchte Russen in de stad aan. In 1918 ging het om ongeveer 3.500 vluchtelingen. Vrijwel uitsluitend mannen. En wat gebeurt er als je zoveel mannen bij elkaar zet? Dat leidt tot vechtpartijen, relletjes en zwangere Rotterdamse meisjes ofwel overlast. En daarmee komen we toch weer uit op de huidige discussie over de migranten uit de MOE-landen. Want hoe reageerde de commissaris van politie? Met de volgende uitspraak: ‘en dat vóór alles den lieden moet worden bijgebracht het besef, dat zij de wetten des lands, waar zij gastvrijheid genieten, en de maatschappelijke orde hebben te eerbiedigen.’
 
 
 
[Pauze
 
Na de pauze viel door een communicatiestoornis mijn tweede praatje in het water. Terwijl ik met de microfoon in de hand de laatste aanwezigen weer naar hun plaats zag gaan, kwamen de dames musici enthousiast de zaak weer in. Stilletjes ben ik toen maar blijven zitten om de concentratie niet te verstoren van de celliste die vervolgens een prachtig stuk ten gehore bracht. Na afloop beloofde de dagvoorzitter de zaal dat deel twee van mijn lezing online zou komen. Bij deze dus.]
 
 
Ze blijven toch niet hangen he?
 
Als er grote groepen migranten of landverhuizers ergens neerstrijken, dan wil de plaatselijke bevolking wel een financieel graantje van deze volksverhuizing meepikken, maar tevens heerst vaak angst dat die mensen niet verder gaan maar zich er vestigen. Dat zien we nu bij de werkers uit de MOE-landen, maar het was niet anders bij de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders in de jaren zestig en zeventig. Ook bij de Chinese zeelui die hier als onderkruipers heen werden gehaald om stakingen van zeelieden te breken, hoopte iedereen dat ze gauw weer zouden ophoepelen. Toen dat niet het geval bleek, probeerde de overheid ze in de jaren dertig te deporteren en nu praat iedereen in Rotterdam trots over het grootste Europese Chinatown dat Katendrecht ooit was. Met de landverhuizers was het niet anders. De angst dat ze zouden blijven komt aardig tot uitdrukking in de bijnaam die de NASM wel kreeg: Neem Alle Schurken Mee. Commentaar lijkt hier verder overbodig.
 
 
Hoeveel landverhuizers zijn gebleven?
 
Dat er landverhuizers op het laatste moment toch niet de boot pakten en in Rotterdam bleven is haast onvermijdelijk. Maar om hoeveel mensen ging dat? Een onderzoek in de gemeenteverslagen en/of het bevolkingsregister kan hier uitsluitsel over geven. Voor deze gelegenheid heb ik echter een andere bron geraadpleegd. Zoals gezegd was een zeer groot deel van de passanten gevlucht voor de anti-joodse sfeer en maatregelen in Oost-Europa. Zoals we allemaal weten is die regeringspolitiek uiteindelijk overgeslagen naar het Westen met een massale moordpartij tot gevolg. Deze sjoah of holocaust heeft ook in Rotterdam zijn sporen nagelaten. Er bestaat een lijst met de namen van alle 6.300 door de Nazi's vermoorde Rotterdamse joden: Kaddisj. In dit boek staan de namen, de geboorteplaatsen, de geboortedata en de plaats van de moord.
Ik ben door de lijst heengegaan en heb alle Oost-Europese geboorteplaatsen genoteerd. Het was nog niet eens eenvoudig om iedere plaats aan een land te koppelen omdat bijvoorbeeld Polen als land tot het einde van de Eerste Wereldoorlog niet bestond. Dat betekende dat Dantzig (dat we nu kennen als Gdansk) bij Duitsland staat en andere Poolse plaatsen in Rusland lagen. Maar goed, als we de lijst bekijken dan valt op dat de meeste mensen in Rotterdam waren geboren. Nog geen tien procent kwam uit een van de landen ten oosten van Nederland (Duitsland 213, Polen 113, Rusland 98, Oostenrijk-Hongarije 29 en nog eens 16 uit andere Oost-Europese landen), in totaal 469. Overigens gaat het bij deze lijst uitsluitend om door de Duitsers vanuit Rotterdam weggevoerden. Dus de joden die al eerder zijn gevlucht of vanuit een andere gemeente zijn afgevoerd staan er niet bij. Maar goed blijkbaar zijn toch honderden niet verder gekomen dan Rotterdam toen ze hun geboorteland verlieten.
Uiteraard is het bestaan alleen al van de lijst Kaddisj verschrikkelijk, maar bij sommige mensen lijkt de verschrikking nog een graadje erger. Zoals bij de paar die in Oswiecim zijn geboren en in Auschwitz vermoord; twee namen, de Poolse en de Duitse voor dezelfde plaats. Dat overkwam bijvoorbeeld Rozalia Kalchmann die op haar 34e naar haar geboorteplaats werd gedeporteerd en vermoord. Bijna hetzelfde overkwam de man die in Breziziny was geboren en nog geen tien kilometer verderop in Oswiecim/Auschwitz zijn einde vond: Abraham Icek Tuschinski.
 
Het leven van enkele blijvers
 
De naam Tuschinski is voor de meesten uiteraard geen onbekende. Vermoedelijk verliet hij zijn woonplaats in Polen om aan de dienstplicht te ontkomen en hij ging op weg naar de VS. In 1904 in Rotterdam aangekomen, besloot hij toch hier te blijven. Hij nam zijn beroep als kleermaker op en ging aan de slag bij de firma Kattenburg waar hij vooral vesten maakte.
Abraham Tuschinski bleek echter een ondernemende geest te hebben en nadat zijn vrouw zich bij hem voegde startten ze in de Nadorststraat een pension voor landverhuizers, Polski. De zaak liep zo goed en Tuschinski was zo modern dat hij 1911 in de nieuwe rage van de rolprenten stapte. Hij opende toen zijn eerste bioscoop, Thalia. Er zouden er nog diverse volgen: Scala, Olympia en Cinema Royal. Ook voor de avantgarde films had hij oog en daarvoor zette hij filmhuis Studio 32 op. De klap op de vuurpijl was het zeer luxueuze Grand Theatre. Alle bioscopen van Tuschinski in Rotterdam gingen in de vlammen van het bombardement van 1940 verloren. Een grote klap voor de man die aan de Rochussenstraat woonde en Nederland niet wilde verlaten toen de barbaarse horden de grens over waren getrokken. Zoals hij over zichzelf zei: 'Hij is in dit land groot geworden, hij wil in slechte tijden geen deserteur zijn.'
Ik herinner me wel eens te hebben gelezen dat Tuschinski tijdens de bezetting een handdoek met de naam van zijn eigen Tuschinski theater op het balkon te drogen hing waarop hij door iemand uit de buurt is verraden. Dit verhaal kan ik niet terugvinden, maar het doet er ook niet zoveel toe. Op 1 juli 1942 is Abraham Icek Tuschinski gearresteerd en via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd waar hij op 17 september wordt vermoord.
De 56-jarige Tuschinski zal misschien wel eens hebben gedacht dat hij misschien beter niet in Rotterdam had kunnen blijven hangen in 1904. Maar hij was niet de enige. Kent u Winston Gershstanowitz, de man met de hagelwitte tanden van RTL Boulevard die ons ook probeert loten voor de Postcodeloterij aan te smeren? Zijn voorvader Herman kwam uit het Poolse Lodz en was niet alleen een zwager van Tuschinski maar ook een zakenpartner. Ook hij stierf in Auschwitz.
Interessanter dan Gershtanowitz is het leven van Joseph Zalmann uit het huidige Roemenië. Tijdens een pogrom had hij gezien hoe zijn halfbroertje met een bijl was afgeslacht. Dat ook zij de grote oversteek wilden maken is dus niet verwonderlijk. Nadat ze in Rotterdam de boot misten, gingen Joseph en zijn vrouw snel naar Amsterdam in de hoop dat daar wel een boot zou vertrekken. In plaats van een goede reder liepen ze daar echter dominee Adler van The London Society for promoting Christianity among the Jews tegen het lijf. Binnen een jaar stapte het echtpaar over van het jodendom naar het christendom en dat niet alleen. Zalmann  zette zich de rest van zijn leven actief in voor de zaak van de bekering van joden. Met dat doel stichtte hij in Rotterdam de Nederlandsche Vereeniging voor Zending onder Israël genaamd Elim, een organisatie die we voor de pauze al zijn tegengekomen. Zalmann heeft gelukkig de holocaust niet mee hoeven maken. Hij stierf in 1924 een natuurlijke dood.
Een andere naam die is verbonden aan de trek vanuit Oost-Europa via Rotterdam is die van Morris Tabaksblatt, de man van de naar hem genoemde code die paal en perk moest stellen aan het aantal commissariaten en nevenfuncties van beurs genoteerde bedrijven. Zijn Poolse ouders ontvluchtten begin jaren dertig hun geboorteland en streken in Rotterdam neer. Overigens waren niet alle landverhuizers joden. Er waren ook mensen met een ander geloof en bijvoorbeeld de katholieken konden rekenen op steun van de Franciscaner pater Mazurowski die zelf ook uit Polen kwam.
Uit de grote stroom landverhuizers begin vorige eeuw kwamen dus ook nieuwe Rotterdammers voort en hoewel velen die ‘schooiers’ toen liever zagen gaan dan komen, heeft de stad er wel bij gevaren dat ze bleven. Misschien een goede reden om minder krampachtig met de MOE-landers om te gaan.
 
Een anekdote ter afsluiting
 
Eigenlijk is de geschiedenis van de landverhuizing een trieste. De mensen waren op de vlucht, werden hier niet echt vriendelijk ontvangen en wat ze aan de overkant van de oceaan te wachten stond, was onduidelijk. Voor we met de muziek verdergaan zou ik om de sfeer weer wat op te vrolijken willen afsluiten met een anekdote.
Vorig jaar was er een dame op televisie in een kunstprogramma, die voor het Tuschinski theater in Amsterdam stond. Ze wist het met grote stelligheid te beweren. Dit prachtige theater was het resultaat van het Amsterdamse mecenaat aan het begin van de twintigste eeuw. De lieverd wist blijkbaar oprecht niet dat Tuschinski in 1921 gebouwd is door een Pools-Rotterdamse zakenman die ook in die andere havenstad centen wilde verdienen. En zo komen de praatjes nou in de wereld.

   

1 Reactie op Oost-Europese landverhuizers in Rotterdam:

Comments RSS
alfred lagerweij on maandag 21 oktober 2013 15:54
goed initiatief, Jacques. Over deze volksverhuizingen moet meer licht schijnen. Het is denk ik breder, dat een groot aantal families uit armoede en op de vlucht uit de voormalige landen in wat nu Oost en Midden Europa naar West Europa en USA zijn gegaan. De verhuizingen zijn niet beperkt tot rond de Russische Revolutie. Ik reisde toevallig vorige week in voormalig OOst-Duitsland, de stad Wittenberge, aan de Elbe, niet te verwarren met de stad Wittenberg-Lutherstadt. Daar viel mij op, dat het stadsbeeld, de breedte van de straten zeer overeen komen met stadjes zoals in USA. Maar het is in USA gekopieerd uit de landen van vertrek. Toch verwacht ik dat een deel van de Polen [ik reis daar vaak] op enig moment naar het land zullen willen terugkeren. Ik zie een groot aantal Poolse vrouwen met Nederlandse mannen gehuwd. Daarbij speelt dan het volgende: eerst een kind, dan een vakantiehuis in Polen. Polen hebben een grote eigenheid. Maar dit laat niets af aan de door jou geponeerde stelling.
Reageren op een reactie

Voeg een reactie toe:

Je naam:
E-mailadres: (vereist)
Website:
Reactie:
Maak je tekst groter, vetgedrukt, schuingedrukt en meer met HTML tags. Zo werkt het.
Post Comment
RSS

Recente posts

Vijf dagen in Turijn voor de wetenschap
Schuld en Boete
De toekomst van de CAO, bekeken vanuit het verleden.
Een dag als docent naar Trento
De Bloednacht van Kattenburg

Categorieën

Vragen van deze tijd
Mogelijk gemaakt door

Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint